‘I Put A Spell On You’ en ‘Frenzy’. Wie kent ze niet, deze nummers van dit wandelende theaterstuk: Screamin’ Jay Hawkins.
Het eerste dankzij de Creedence, het tweede omdat het vaak in films wordt gebruikt. Hawkins overlijdt op 12 februari 2000 aan complicaties na een operatie.
Deze cover van een nummer van Tom Waits mag er ook zijn: het past helemaal bij zijn show met doodskisten, schedels en wat dies meer zij. Allemaal ongein, maar wel lekkere muziek.
In Engeland stond op 11 februari 1980 Too Much Too Young van de Specials op nummer één. Toen een fantastische band, die als een van de eersten twee culturen bij elkaar wist te brengen in het tot op het bot verdeelde Engeland in de dagen van Margaret Thatcher. En dat wist te combineren met een opzwepende en aanstelijke mix van reggae, ska en punk.
Ook na de reünie ergens in 2008 waren ze nog steeds zeer relevant – en zwaar favoriet op dit weblog ook, trouwens.
Voor deze Dagelijkse Geschiedenis kies ik een ander nummer, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. En dit keer geen Spotify-link maar een YouTube-clip van een concert in 2019 in de 100 Club in Oxford Street in London.
De zesde playlist in Stoffer’s Jukebox heet ‘Bad Luck’ en staat inderdaad vol met pechvogels. Een van hen is Johnny Thunders, zanger en gitarist en lid van de New York Dolls en de Heartbreakers.
De New York Dolls brachten twee elpee’s uit, vol met sterke en flink rockende nummers die voor een belangrijke deel leunden op de riffs van Johnny Thunders. Maar slecht productiewerk bracht beide elpee’s grotendeels om zeep. Bad luck.
Met de Heartbreakers liep het niet veel beter af. Sterke nummers nog steeds, maar slecht opgenomen of slechts geproduceerde elpee’s – één uitzondering daargelaten: Live At Max’s Kansas City uit 1978. Hieronder twee tracks van die elpee. Rock & roll zoals we het graag horen, hier op dit weblog.
Zijn solo-elpee So Alone, eveneens uit ’78 is een prima elpee, evenals Copy Cats uit ’88, met covers van klassiekers. (Zie onderaan dit blogje.) Maar helaas riep ook Johnny zelf bad luck over zich af. Een flinke drugsverslaving zorgde er voor dat hij niet oud werd.
Nee, zei ik nogal stellig, Rianne Letschert wordt geen minister. Dat is niet de gewoonte in onze politiek: een informateur die vervolgens minister wordt.
ED-collega Arjen bleef echter volharden. En dat leidde tot een weddenschap om een fatsoenlijke fles witte wijn.
U kent de afloop inmiddels en belofte maakt schuld. Proost, Arjen. Op de nieuwe minister van Onderwijs.
Dank voor alle felicitaties gisteren, mensen: op deze manier jarig zijn is een waar genoegen. Voor de gelegenheid ben ik even in mijn archief gedoken en kwam ik deze foto tegen.
Gemaakt in – schat ik – 1963 of ’64. In Breda, in de wijk Ginneken, bij mijn opa en oma in de achtertuin. Bij de trots van mijn opa: z’n duiven.
‘You better beware, you better take care. You better watch out if you got long black hair’
Ik schat in dat de meeste bijna-boomers (zoals ik) meteen weten van welke klassieker dit de eerste tekstregels zijn.
Zanger Brian Connolly van de Sweet – want van die groep is dit nummer, uiteraard – ging jaren gebukt onder een alcoholverslaving. Die kostte hem uiteindelijk op 10 februari 1997 het leven.
Zijn groep laat gelukkig een hele rij klassiekers na, waarvan in mijn ogen Blockbuster samen met de Ballroom Blitz er met kop en schouders boven uit steekt.
Heerlijk stukje uit de film Planes, Trains & Automobiles met Steve Martin en John Candy en regisseur John Hughes. Met een hoofdrol voor het nummer Do The Mess Around van Ray Charles. Spoiler alert: onmiddellijk na deze scene vliegt de hele zaak in de fik.
Een paar dagen geleden bekeek ik de documentaire I Like Me, over het turbulente leven van John Candy – de titel komt uit deze film. De docu geeft een mooi beeld van dat leven, zijn karakter en zijn films. Het is triest om te zien dat hij zo gebukt ging onder zijn gewicht en de grappen en grollen die ten koste van hem daarover werden gemaakt.
Wat me wel stoorde was dat er in de docu alleen zijdelings, en dan nog heel verdekt, aandacht is voor zijn – weliswaar overwonnen – alcohol- en drugsverslaving. Waardoor ook hij, net als een even getalenteerde generatiegenoot als John Belushi – veel te vroeg (op 43-jarige leeftijd) aan zijn einde kwam.
Dankzij Delpher kunnen kijken hoe de wereld er 64 jaar geleden, op 10 februari 1962, voor stond. Die dag om kwart voor zes werd alles anders. Voor mij tenminste.
Op 9 februari 1984 kwam de tweede elpee van Madonna uit. Was haar eerste elpee nog een niemandalletje, Like A Virgin was en is nog steeds een topper: sterke nummers, goed geproduceerd (door Nile Rodgers), dansbaar en goed in het gehoor liggend.
Al was het in 1984 nog niet echt bon ton om dat te vinden. Prijsnummer van deze elpee is Into The Groove, dat bij mij herinneringen oproept aan swingavonden in de (oude) Effenaar in Eindhoven.
En om heel precies te zijn: dat Into The Groove werd pas in 1985 toegevoegd aan Like A Virgin, bij een heruitgave.
Prachtig verhaal over de omstreden oorsprong van het al dan niet Italiaanse gerecht pasta carbonara. Authentiek Italiaans of gerecht met een Amerikaanse twist.
Een bericht in de Volkskrant van eind jaren dertig legt de (Italiaanse) oorsprong bloot. Lekker spannend en meeslepend opgeschreven ook door Janneke Vreugdenhil.
Between The Sheets is de vijfde playlist in het boek Stoffer’s Jukebox. Uit die lijst – enigszins wisselvallig, als je het mij zou vragen – kies ik het nummer Pull Up To The Bumper van Grace Jones, uit 1981.
Een geweldig nummer, vooral dankzij de ritmesectie: de onlangs overleden drummer Sly Dunbar met zijn vaste compagon, basisst Robbie Shakespeare.
Dankzij de uitleg van Martijn Stoffer begrijp ik nu, na 45 jaar, dat de tekst van dit nummer volkomen dubbelzinnig is. Typisch. Was me nooit eerder opgevallen.
Er zijn weinig elpee’s die ik zo vaak gedraaid heb als L’Apache van TC Matic uit 1982. Hele stukken kende ik uit mijn hoofd, tot aan de – voor deze band zeer typerende – losse noten her en der van de basigitaar aan toe.
Dit nummer is springt er voor mij nog altijd uit, ook meer dan 40 jaar later. Het is een groot brok dynamiek. Gitarist Paul Couter – de C uit de naam van de band – werd op 7 februari 1949 geboren en overleed in 2o21.
Elke dag denk ik: het kan niet erger. En elke dag zinken er weer wat mensen lager dan laag. Al die Forum-lui, The Donald, om maar eens twee voorbeelden te noemen. De (morele) ondergrens wordt steeds verder gepasseerd.
Das Modell van Kraftwerk uit 1978 is in de loop der jaren door talloze artiesten gecoverd. Kijk hier maar eens, bij The Originals van Arnold Rypens, een fantastische bron aan informatie over duizenden covers en hun originelen.
Oh wacht, staat Das Modell er nu net niet bij. Jammer.
Mijn favoriete versies zijn die van Big Black, een redelijke onstuimige, die van het Balanescu Quartet, in een fraaie viooluitvoering, en deze instrumentale Nederlandse versie van de Treble Spankers uit 1996
De Engelse versie van Das Modell – inderdaad, The Model – stond op 6 februari 1981 op nummer 1 in Engeland.
Paul Simon was op 5 februari 1972 een van de eerste artiesten die de reggae omarmde, met zijn Mother & Child Reunion. Vernoemd trouwens naar een Chinees gerecht met kip en ei (!).
Hij schakelde voor dat nummer de hulp in van Lynford ‘Hux’Brown, die een jaar eerder betrokken was bij de productie van Double Barrel, een dikke hit van Dave (Barker) en Ansel Collins.
Wel de AOW aanpakken, maar niet de hypotheekrenteaftrek, de winsten van bedrijven en de vermogens van de (zeer) welvarenden? Terecht dat de Volkskrant in het commentaar van vandaag daar grote vraagtekens bij zet.
4 februari 2009 is de sterfdag van Lux Interior. Zanger van de Cramps en partner van gitarist Poison Ivy. Hij overleed op 62-jarige leeftijd.
Het is deze band die in 1980 dankzij al hun covers voor mij de deur opende naar een schatkamer vol met obscure rock ‘n roll, rockabilly en rhythm & blues. En walhalla waar ik nog steeds vrijwel dagelijks plezier aan beleef.
En daar ben ik de band nog altijd dankbaar voor. Hieronder een vrij willekeurig gekozen cover op een van hun beste elpee’s en daaronder het origineel uit 1957.
Boeiende column vanochtend in de Volkskrant, van Peter de Waard. Over de devaluatie van gouden medailles op de Winterspelen. Vrijdag beginnen ze en kan er weer ‘historie worden geschreven’.
Nog even terug naar het nieuws van gisteren. En wel naar een oproep in de krant van de supporters van Helmond Sport. Zij willen geen ‘elitaire club’, maar een club voor het volk: voetbal voor de mensen uit Helmond-Oost en en Helmond-Noord.
Mooie oproep, mooi verwoord ook: beter 3000 bezoekers die 15 euro betalen dan 1500 die 30 euro dokken.
Mooi nummer dit, uit de koker van de Engelse producer Joe Meek. Die op deze 3e februari in 1967 een einde aan zijn leven maakte, 37 jaar oud. Dat deed hij nadat hij eerst zijn huisbazin had doodgeschoten.
In de originele uitvoering van John Leyton (uit 1961) heeft het nummer een dramatische, melancholieke lading. De psychobillies van de Meteors geven er in 1984 een dreigende draai aan, en spelen het een paar versnellingen hoger. Ook leuk, maar het origineel blijft toch sfeervoller.
Het werd een hit van de Creedence Clearwater Revival in 1968, maar het origineel van Suzie Q komt uit 1957 en is van de Amerikaanse rock ‘n’ roller Dale Hawkins – en zeker net zo leuk als de cover.
Hawkins heeft nog veel meer mooie nummers geschreven, Tornado bijvoorbeeld – dat vaak opduikt op compilaties met nummers die de Cramps hebben geïnspireerd – en het nummer hieronder.
Dit Little Pig werd jaren later weer fraai gecoverd door de Engelse neo-rockabillies The Polecats, op hun debuutelpee Polecats Are Go. Hieronder in een semi-akoestische uitvoering op het zeer interessante YouTube-kanaal van Bopflix.
Oh ja: op 2 februari 1957 brengt Dale Hawkins zijn Suzie Q uit.
Gitarist Andy Gill overlijdt op 1 februari 2020 op 64-jarige leeftijd. Met de Gang Of Four maakte deze Engelsman begin jaren tachtig een paar jaar lang prachtige muziek, vooral dankzij zijn tegendraadse gitaarspel. Dit nummer is – nog steeds – een van hun fraaiste, vind ik.
Ook op 1 februari, maar dan in 2018, overlijdt soulzanger Dennis Edwards, een tijd lang het gezicht van de Temptations, 75 jaar oud.
Het Engelse trio de Kane Gang scoorde in 1987 met een cover van een Edwards-nummer, Don’t Look Any Further.
Nog mooier is hun cover van een nummer van de Staple Singers: Respect Yourself, een jaar eerder: heerlijke blue eyed soul.
Muziek draait voor een belangrijk deel ook om imago. Toen de band populair was, ABBA, vond ik er geen zak aan.
Jaren later ontdekte ik dat Björn en Benny ijzersterke songs schreven, maar ze wel verpakten in een naar mijn smaak veel te glad en populair jasje. (Ze werden er wel steenrijk mee, trouwens – alsof dat wat wil zeggen.)
Neem dit nummer, in de uitvoering van The Leather Nun uit Zweden hoor je pas hoe goed het in elkaar zit.
Op 31 januari 1976 stond ABBA op één met Mamma Mia – nog steeds een vreselijk nummer.
Niet dat ik er vooralsnog geen vertrouwen in heb, daar niet van. Maar een beetje scepsis is wel op zijn plaats.
En gisteren, kijkend naar de presentatie van de plannen, vroeg ik me dit af: waarom wil de VVD het nu helemaal anders gaan doen dan met het vorige kabinet? Ook daar maakte de VVD toch deel van uit. Hoe consistent is dat?
Het antwoord las ik vanmorgen hier, bij de Miriam de Rijk in de Groene Amsterdammer.