Op 19 mei van het vorig jaar had ik toevallig weekenddienst. En dus was ik er beroepshalve getuige van dat PSV landskampioen werd. Op een overval Stadhuisplein in Eindhoven, samen met meer dan 10.000 superenthousiaste fans.
Zou de club vandaag alweer kampioen worden? Het toeval wil dat ik dit weekend opnieuw dienst heb…
Een van mijn favoriete gitaristen is Wilko Johnson. Met de band Dr. Feelgood was hij halverwege de jaren zeventig een van de wegbereiders voor de punkrevolutie.
Bekend werd de band in Nederland met een paar hits toen Wilko al weer was vertrokken. Maar het beste werk van Dr. Feelgood is dat met de in 2022 overleden gitarist Johnson. Een man met een bijna maniacaal gitaarspel en die pedalen trouwens maar onzin vond.
Deze live-elpee, Stupidity, is nog steeds een topper. 21 maart 1940 is de geboortedag van de componist van dit nummer, Solomon Burke.
Zo noemde hij dat vroeger, toen reggae-dj David Rodigan in zijn wekelijskse radioshow bij de Britse omroep BFBS op zoek ging naar de oorsprong van een reggaenummer: Version Excursion. Mooi gevonden.
U-Roy is een van de grondleggers van de dj-stijl in de reggae. Een van zijn mooiste nummers is dit, Rule The Nation, uit 1970
Maar het is de dj-version – of toasten, zo noemden ze het toen – van een eerder verschenen nummer. Dat is dit nummer: You Don’t Care van de Techniques uit 1967.
Dezelfde basistrack werd ook gebruikt door zangeres Nora Dean, voor haar nummer Barbwire. (Waarin ze aan haar moeder (“Oh mama”) vertelt dat ze een opdringerige jongen tegenkwam die haar lastigviel)
Een van de collega’s van U-Roy, Dennis Alcapone, gebruikt de versie van Nora Dean om er zijn dj-versie van te maken. Net als veel van zijn andere nummers is ook dit een topper: Mosquito 1!
Jaren later, in 2021, werkte U-Roy samen met Shaggy (Die van Oh Carolina) aan een nieuwe versie. En eerlijk gezegd: ik krijg elke keer weer kippenvel van de eerste noten van deze klassieker. (Kort daarna overleed U-Roy, 78 jaar oud).
En als je er zelfs dan nog geen genoeg van kunt krijgen: hier staan nog enkele tientallen andere versies.
Mijn kennismaking met muziek gebeurde aan de hand van een stapeltje oude 78-toerenplaten, wat singles en een authentieke koffergrammofoon van mijn vader. Dat moet ergens tegen het einde van de jaren zestig zijn geweest.
Tussen die 78-toerenplaten zat werk van onder meer Bill Haley, Louis Armstrong en Glenn Miller. Mijn pa had een goede smaak. Jaren geleden al zijn ze naar de Kringloopwinkel gegaan – het zijn nu waarschijnlijk collector’s items.
Op 19 maart 1959 werd de productie van 78-toerenplaten gestaakt.
Aardig geheugensteuntje, deze (korte) terugblik op de geschiedenis van staal in Nederland, het strategische belang van staal en – vooral – de financiële consequenties. In de Volkskrant.
Ik weet het niet. Ik loop er al dagen over te piekeren: op welke partij moet ik deze keer gaan stemmen. Want de partij die het dichtste bij mijn voorkeur staat, heeft het de afgelopen vier jaar in Helmond niet al te best gedaan. Om het maar eens voorzichtig uit te drukken.
Niet stemmen en thuisblijven deze keer dan? Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Daarom loop ik dadelijk echt wel naar het stembureau hier in de wijk. Maar op wie ik dan ga stemmen?
Mooie ode uit 1987 van de onvolprezen Replacements aan de Amerikaanse muzikant Alex Chilton. Terug te vinden op de elpee waarmee deze herriemakers een wat melodieuzere kant uitgingen. Chilton – vooral bekend van de Box Tops – overleed op 17 maart 2010.
De Ramones geven hun aller-, allerlaatste concert op 16 maart 1996. Dat was in Buenos Aires. Adios Amigos, van een jaar eerder, was hun allerlaatste elpee. Met daarop deze voltreffer, geschreven door niemand minder dan Tom Waits.
Nota bene: Inmiddels zijn alle vier de originele Ramones overleden. Marky Ramone, de tweede drummer, toert nog wel met zijn band Blitzkrieg en speelt op vrijdag 15 mei in de Cacaofabriek in Helmond.
Toto. De allerergste Californische band in de geschiedenis van de mensheid, lees ik in Stoffer’s Jukebox. Blij dat ik eindelijk iemand heb gevonden die dat ook vindt.
Eddy Grant werd geboren op 5 maart 1948. Een van zijn mooiste nummers is Electric Avenue, over de eerste straat in de Londense wijk met elektrische verlichting, maar in 1981 ook het toneel van rassenrellen.
Op 6 maart 1965 staat het nummer My Girl van de Temptations – en geschreven door Smokey Robinson – op nummer 1 in de States. Het intro van dit nummer zou het humeur van zelfs de ergste hypochonder moeten laten ontdooien.
Hamilton Bohannon werd geboren op 7 maart 1942, en overleed in 2020. Hij werd bij het grote publiek bekend met wat gladde discosongs. Maar eerder al maakte hij wat uitermate swingende funknummers. Zoals dit instrumentale Pimp Walk.
Licensed To Ill was in 1986 voor mij – na de Sugarhill Gang, Grandmaster Flash en Run DMC – het definitieve bewijs dat hip hop het helemaal zou gaan worden. Op 8 maart van 1987 stond dit album op 1 in Amerika.
Man man, wat elpee. En wat zouden de Beastie Boys nog veel vette muziek maken.
Het was in 1986 een kortstondige rage: rare groove: James Brown-achtige funknummers, obscuur en veelal instrumentaal, waarop het goed dansen was. De drie Engelse producers Stock, Aitken & Waterman speelden met dit nummer – Roadblock – handig in op die rage.
De drie debuteerden een jaar eerder op 9 maart met een door hen geproduceerd nummer van Dead Or Alive.
Over rare grooves gesproken. Nog zo’n beatmaster is Timbaland, op 10 maart 1971 geboren als Timothy Mosley. Extra vette beat-alert bij dit nummer dat hij voor Missy Elliott in elkaar knutselde.
Op Bat Out Of Hell van Meat Loaf en Jim Steinman – op 11 maart 1978 binnen gekomen in de Engelse hitlijst – heeft de Amerikaanse zangeres Ellen Foley nog een hoofdrol. Maar dan gaat ze solo en scoort ze een paar hele aardige hitjes.
Ook erg leuk is een ander nummer waarin ze meedoet, namelijk deze song van Ian Hunter – oud-Mott The Hoople. We moeten wel wachten tot 2 minuut 20. Maar dan gaat ze lekker mopperend ruzie maken met Ian. Heerlijk.
Even lekker een (lang) weekendje weg: slenteren langs de Theems in Londen, van de Tower Bridge naar Westminster. En dan – bijvoorbeeld – terug aan de andere kant van deze rivier. Onderweg even stoppen voor een pint en een zakje chips, liefst salt & vinegar.
Heerlijk. Ontspannend en inspirerend. Elke keer weer, ook deze keer.
Bijna 100 jaar oud al, de muziek van Cab Calloway en zijn orkest. En nog steeds een genoegen om naar te luisteren, naar de muziek waarmee in de jaren dertig van de vorige eeuw de basis werd gelegd voor de latere rhythm & blues.
Op 3 maart 1931 nam Calloway ‘Minnie The Moocher’ op. Een paar weken later stond het nummer 1. Uiteraard is het later ook bekend geworden via de film de Blues Brothers uit 1980.
Even een keer helemaal over een andere boeg, vandaag. Niet zomaar een geweldig, prachtig of fraai nummer. Nee, iets heel aparts, weird. Bijna knullig zelfs.
Deze keer een nummer van de vrij obscure TV Personalities over Syd Barrett, ooit zanger van Pink Floyd. Op 2 maart 1968 moest hij plaatsmaken voor David Gilmour.
Beetje raar nummer, inderdaad. Al dan niet bewust. (Ik denk van wel.) Maar er staan op deze elpee ook een pareltjes. Zoals dit nummer.
Een beetje bekendheid verkregen ze wel aan het begin van hun carrière, deze TV Personalites. Met deze eveneens ietwat knullige meezinger.
Eentje uit de oude doos van Hein de Kort. Uit de tijd dat de regio Eindhoven uitgeroepen* werd tot de Slimste Regio ter wereld. En er in 2011 her en der bordjes langs de wegen opdoken om automobilisten daar eens fijntjes aan te herinneren.
* Dat gebeurde door het Intelligent Community Forum (ICF), een Amerikaanse denktank.
Gitarist en componist Robbie van Leeuwen schreef prachtige liedjes voor Shocking Blue – het zal weinig muziekliefhebbers onbekend zijn. Voordat hij die band oprichtte, maakte hij deel uit van de Motions. Tot 1 maart 1967.
Dit nummer van de Motions dateert van na net dat vertrek, en bevat een heerlijke gitaarhook: stoere Nederlandse garagerock in de stijl van de Outsiders en Q65.
Twee redenen om dit nummer in de spotlights te zetten. 1. De tekst. 2. De stem.
Om met het laatste punt te beginnen: George Jones heeft een stem van elastiek die bovendien voorzien is van een fantastische snik. Die geeft elk nummer dat hij zingt sowieso een dramatische lading.
En over punt één: luister maar eens hoe mooi George beschrijft dat hij de hele dag door niet probeert te denken aan de vrouw die hem heeft laten zitten. Maar dat hij dat juist wel volop doet.
In playlist nummer 9 van Stoffer’s Jukebox – I Get Along Without You Very Well getiteld – gaat het over dit soort liefdesverdriet. Martijn heeft daarvoor de versie geselecteerd van de Rip Chords. Maar ik vind deze veel mooier.
In de zijlijn nog een anecdote. George was onder meer getrouwd met Tammy Wynette en behoorlijk verslaafd aan alcohol. Tammy had op een dag de sleutels van de auto’s verstopt, zodat George niet naar de kroeg in de stad kon, een paar kilometer verderop. Maar hij was niet voor een gat te vangen. Hij nam gewoon de grasmaaier.
En ik maar denken dat ze bij NRC proberen hun lezers een muts te verkopen. Maar nee hoor, die eerste indruk is volledig verkeerd. Het gaat om elektrische tandenborstels.
Mijn voorkeur bij een krant gaat uit naar degelijk en betrouwbaar nieuws, trouwens. Niet naar een webwinkel. Met onder meer een cursus wijn drinken voor beginners.
Prachtige stem heeft-ie, Frankie Lymon. Samen met de Teenagers zong hij eind jaren vijftig al doowoppend de sterren van de hemel. Bekend werden ze met Why Do Fools Fall In Love.
Maar ook dit ontwapenende I’m Not A Juvenile Delinquent mag er zijn. Met als motto: Life is what you make of it. Navrant hoor.
Want oud werd ook Frankie niet: hij overleed op 28 februari 1968 aan een overdosis drugs. Slechts 28 jaar oud.