Vandaag in de krant uitgebreid aandacht voor het lijvige boek over de geschiedenis van Peeldorpje De Rips, dat exact 100 jaar bestaat deze maand.
In het imposante werk van Bernard Ploegmakers en Hannie Ploegmakers staan veel foto’s uit de privécollecties van families in het dorp. Waaronder deze prachtige foto van een groep boswerkers.
Het is een intrigerende foto: de guitige, verwonderde, trotse, nieuwsgierige en verbaasde blikken in de ogen van deze noeste werkers, ik kan er uren naar kijken.
Het is een prachtige foto dit, gevonden in NRC. Waarom? Moeilijk te zeggen.
Omdat-ie zo tot de verbeelding spreekt? Of omdat er een ongewone, onalledaagse scene op te zien is? Ik houd het op het laatste. Morgen koop ik een trompet, een Amerikaan en ga ik rondjes rijden door de wijk.
Er zijn zo van die uitspraken die onbewust en met de regelmaat van de klok over je lippen (of je schrijfmachine) komen. Vaak tot ergernis van de directe omgeving.
Op de schop gaan, dat is er zo een bij mij. Een andere: de hele flikkerse boel. Ik ken maar weinig mensen die deze uitdrukking ook bezigen.
Gisteravond zat ik de film De Lift van Dick Maas uit 1983 nog eens te kijken (nog steeds een erg sterke film trouwens: maximaal effect met minimale middelen), en toen kwam deze zegswijze plotseling ook voorbij in een gesprekje tussen twee spelers van bijrollen.
Zou ik de term daar opgepikt hebben, in 1983? Ik sluit het niet uit.
Sinds ik zijn debuutelpee voor de eerste keer hoorde, ergens in 1983 schat ik zo in, heb ik een zwak voor de Jamaicaanse reggaedeejay Josey Wales – inderdaad, vernoemd naar de film met Clint Eastwood.
Een van zijn eerste nummers is inmiddels een klassieker: Leggo Mi Hand Gateman. Hier is de tekst te vinden. Enigszins onnavolgbaar inderdaad. Maar het refrein bekt goed.
De bovenste opname uit 1984 geeft een mooi tijdsbeeld weer. Frappant trouwens dat er nauwelijks een podium is in de zaal, en dat er meer mensen rondom Josey staan dan er in de zaal aanwezig zijn. Bij wijze van spreken dan. Er zitten er trouwens wel heel wat op het dak.
De opname hieronder is van dertig jaar later. Mooie daaraan vind ik vooral dat de stem van The Colonel – zoals zijn bijnaam luidt – alleen maar beter is geworden. Het authentieke Jamaicaanse dancehallkarakter van de eerste opname is hier wel ver te zoeken, trouwens.
Oh ja, voor de fijnproevers: het riddim van dit nummer heet Mad Mad, ook wel bekend als Golden Hen. En daar zijn er nog véél meer van. Kijk hier maar.
Het is een van de mooiste gebouwen van Parijs, het Centre Pompidou hierboven: lekker brutaal, tegendraads en heel functioneel. Er hangt bovendien heel wat fraaie moderne kunst (naast de nodige rommel, trouwens).
Het gebouw hieronder is het Lloyds Building in London. Ook heel mooi. Aan de buitenkant tenminste, want binnen ben ik nog nooit geweest.
De overeenkomst tussen beide gebouwen is niet toevallig. Ze zijn beide ontworpen door architect Richard Rogers. Afgelopen zaterdag is hij overleden, las ik vanmiddag in NRC. Hier een mooi portret van deze man.
Heel erg mooi wat journalist Oscar Smit aan het doen is (en waar ik in de landelijke media eigenlijk niet of nauwelijks aandacht voor zie): de geschiedenis van het Amsterdamse poppodium Paradiso vanaf 1977 minutieus en gedetailleerd in kaart brengen.
Zeer recent kwam deel vier in de serie uit, waarbij de jaren 1979, 1980 en 1981 aan de beurt waren – maar dan wel het Nederlandse aandeel op het Paradiso-podium. Het buitenlandse aandeel komt later.
Leuk is dat er ook veel aandacht is voor maatschappelijke ontwikkelingen. Leuk is ook om in het boek tal van bekende en vertrouwde namen voorbij te zien komen. Mensen uit de muziekscene die nu vaak nog steeds actief zijn in de kunst- en/of muziekscene.
Voorlopig kunnen we helemaal nergens heen. Maar dat neemt niet weg dat het leuk is om te kijken waar we allemaal heen willen als het weer kan.
Naar dit zuid -Engelse plaatsje Sidmouth bijvoorbeeld. Deze foto zag ik in een Engels reismagazine, en ik was meteen enthousiast. Ze hebben er vast wel een goeie pub.
Het ziet er weer niet al te best uit, maar we houden de moed er gewoon in. Daarom 21 liedjes – bij elkaar 1 uur en 13 minuten lag – om de dreigende harde lockdown mee te lijf te gaan.
Nooit geweten dat dit eigenlijk gewoon een ijzersterk nummer is. Hierboven live, hieronder onder de vrijdag uitgebrachte officiële versie. En daaronder weer danst Jason Williamson nog even lekker op zijn eigen cover. Eat your heart out, Yazoo & Alison Moyet.
Out today. Our cover of Don’t Go by Yazoo. On all streaming 😂 platforms.
All I want for Christmas is to cover ‘Don’t Go’ by Yazoo. Out now on all streaming platforms for your kitchen disco pleasure, me owd’s. 🎄 pic.twitter.com/8cwHW5xvhy
Deze week als laatste in een lange reeks Tarantino-films als laatste naar zijn meest recente film gekeken, Once Upon A Time In… Hollywood.
Volgens mijn geheugen kreeg deze film (net als de meeste van zijn andere films) positieve tot zeer positieve recensies. Zelf vond ik em – na al die eerdere knallers – wat tegenvallen.
Maar dat kan ook aan mij en aan mijn verwachtingspatroon liggen. Toegegeven: de film-in-een-film stukjes in het begin zijn bij vlagen verbluffend. Maar het verhaal, en de Charlie Manson-plot, komen op mij wat geforceerd over.
Waar ik wel zeer van onder de indruk raakte, was het acteerspel van Leonardo DiCaprio. Hoe mooi hij de worsteling van een tot aftakelen neigende acteur neerzet, dat was voor mij de verrassing van deze film.
Lunchpauze. Even nadenken over de weg om Dierdonk heen die er nu naar alle waarschijnlijk voorlopig toch niet komt, terwijl we een rondje om deze wijk lopen.
In de originele versie van Bonnie St. Claire & Unit is het een vrij onschuldig liedje. In deze versie van de Noorse groep Caroline & The Treats krijgt het nummer plotseling een lekker schurend ruig randje.
Afgaande op wat ik van die band op internet tegen kom, is het sowieso een ruig clubje.
Wim Eikelboom zette deze foto gisteren zelf op Twitter, met de toevoeging dat hij kennelijk de nieuwe Benno Baksteen aan het worden is. Beetje zelfspot op zijn tijd kan geen kwaad, inderdaad.
Bij Dierdonk zou de weg N279 om de wijk heen komen te liggen.
Over weinig onderwerpen in de de regio Zuidoost-Brabant is de afgelopen jaren zo veel geschreven als over de gebrekkige bereikbaarheid. Dat zal de komende jaren niet anders worden.
De Raad van State heeft een van de belangrijkste onderdelen van de plannen om iets aan die bereikbaarheid te doen vanochtend onderuit gehaald. Het plan om de doorstroming van het autoverkeer op de N279 – de weg tussen Veghel, Helmond en Asten – te verbeteren, is van tafel geveegd.
Dat betekent dus dat er weer jaren over een nieuwe oplossing zal worden gedacht, gepraat, overlegd, geprotesteerd en geprocedeerd. En over geschreven.
Bekende naam uit een grijs verleden, de Inca Babies. Ergens uit halverwege de jaren tachtig. Wat wij toen een echte Effenaar-band noemden: heerlijk alternatief.
Destijds nooit echt goed naar geluisterd. Nooit aan toegekomen, om wat voor reden dan ook. Maar dit nummer klinkt verrekte goed: beetje zoals Nick Cave en The Birthday Party in hun hoogtijdagen, op Prayers On Fire en Junkyard.
Raar dat ik dat toen helemaal gemist heb eigenlijk. Oh wacht, het is een nieuw nummer. Dat klinkt alsof het in de jaren tachtig is opgenomen. Of is het een oud nummer dat nu pas (of opnieuw) is uitgegeven?
Ik snap er niks van. Maar het klinkt goed, in ieder geval.
Michiel van Veen is een vlotte gesprekspartner. De burgemeester van Gemert-Bakel weet moeiteloos een groot deel van deze maandagkrant te vullen. Met een terugblik en door vooruit te kijken, en met een opmerkelijke oproep.
Een groot deel van de avond nummers geluisterd van de Angelic Upstarts, de band van de gisteren overleden Engelse punkzanger Mensi. Okay, het is vooral jeugdsentiment. Veertig jaar laten heeft lang niet alles van deze band de onverbiddelijke tand des tijds overleefd.
Maar veel wel, zeker uit de beginperiode. Al was het maar vanwege het onverzettelijke idealisme.
Zoals dit nummer van de verzamelelpee Oi – The Album, met verder onder meer The Exploited, Peter & Test Tube Babies en de Cockney Rejects. Allemaal prima bands ook, en nog steeds actief.
Het zal allemaal wel meevallen, dacht ik wel eens als ik een detective van Donna Leon aan het lezen was en ze weer eens uitgebreid inging op de corruptie en incompetentie van bestuurders in Venetië. Toen ik vanochtend dit verhaal las in onze krant dacht ik: niet dus.
Zanger Mensi van de Angelic Upstarts is vanavond overleden aan corona, lees ik op Twitter. Alweer zo’n triest bericht.
In de jaren tachtig was hij een lichtend voorbeeld voor veel jonge punkfans, met zijn anti-autoritaire houding en strijd tegen ongelijkheid, racisme en fascisme.