
Zelf ben ook wel eens deze valkuil gestapt, toen ik een woordenbrij als woordenbrei omschreef. Pijnlijk hoor. Net als deze vergissing: de gewijde chaos tijdens feesten van Spaanse jongeren die kennelijk kampen met intellectuele verarming.

Zelf ben ook wel eens deze valkuil gestapt, toen ik een woordenbrij als woordenbrei omschreef. Pijnlijk hoor. Net als deze vergissing: de gewijde chaos tijdens feesten van Spaanse jongeren die kennelijk kampen met intellectuele verarming.
Lang geleden dat ik naar muziek van Herman Brood geluisterd heb. In mijn gedachten zit zijn imago van publiciteitsgeile drank- en drugsverslaafde daarbij een beetje in de weg. Ten onrechte, want daardoor dreig ik te vergeten dat hij eind jaren zeventig prima muziek heeft gemaakt.
Dat bleek me deze week weer eens, toen ik door het overlijden van Phoney van de Hardcore herinnerd werd aan het nummer I Love You Like I Love Myself, geschreven door Phoney, geboren als Erik Strack van Schijndel. In de uitvoering van Herman een ijzersterk nummer, ook 41 jaar later nog. Al is de bijbehorende videoclip wel wat gedateerd.

Een ijzersterke cartoon van Hein de Kort van al weer heel wat jaren geleden die plotseling opduikt dankzij de dagelijkse ‘zoveel jaar geleden vandaag’-service van OneDrive van Microsoft.

Het zijn oude opnames (uit 2016) en hoeveel originele bandleden er nog bij zitten, dat is me een raadsel. Maar het blijft heerlijke muziek, de garagerock van de Amerikaanse Sonics, ergens halverwege de jaren zestig (toen ik nog met Lego speelde) van start gegaan. Nummers als Cinderella en Psycho bezorgen me nog steeds kippenvel. Hier te zien. Het zweet spat er vanaf.

In Engeland hebben ze te maken met een benzinetekort en mogelijk met Kerstmis ook een tekort aan kalkoenen. Op Twitter zag ik dat de vrees leeft dat er op termijn ook een tekort aan bier ontstaan. Tijd voor paniekaankopen dus.

Ze zijn vervelend om te maken, weet ik uit ervaring. Maar ze leveren soms wel hilarische stukjes krant op: de rechtgezetjes. Oftewel – ietwat verbloemd – de correcties en aanvullingen. Deze correctie in een Engelse krant kwam ik onlangs tegen op Twitter.

Gevonden op Twitter.

Mooi om te horen hoe het leven van deze Bakelnaren verweven is met hun lokale jongerencentrum. En net zo mooi is het om te zien hoe betrokken zij zijn bij het wel en wee van de Fuse.
Donderdagavond praat de gemeenteraad over de toekomst van de Fuse, een discussie die noodzakelijk is geworden omdat de verantwoordelijke wethouders een paar flinke steken hebben laten vallen. Hier staat de online-versie. En met mooie foto’s van Sem Wijnhoven.


Sinds kort blader ik af en toe de Nieuwe Revue weer eens door, iets wat ik jaren niet gedaan heb. Las ik dat weekblad – en vele andere tijdschriften – vroeger werkelijk stuk, nu kom ik daar nauwelijks meer aan toe.
De voorpagina van de NR van deze week vind ik erg geslaagd. Want daarop wordt een gevleugelde uitspraak van iemand die denkt dat ze boven ons gesteld was uit de oorspronkelijke context gehaald en in een heel ander kader gezet. Treffend, heel treffend.

Interessant idee van Steven van Eijck, voorzitter van de Mobiliteitsalliantie: werkhubs op plekken vlakbij stations. Een derde soort plek om te werken voor mensen die het grootste deel van hun werkdag achter een laptop zitten, naast de plek op kantoor en de plek thuis.
Helemaal nieuw is het idee niet, trouwens. Vraag maar eens aan de mensen van Seats2Meet en Igluu, bijvoorbeeld, de eerste twee namen die me spontaan te binen schieten.
Zonder dat ik het daarmee van tafel wil vegen of wegrelativeren. Integendeel: Het is een interessante manier van denken in de strijd tegen files en overvolle treinen.

Lang geleden, voor ons allemaal: op vrijdagmiddag lunchen in het centrum van de stad. Deze eerste post-coronakeer gekozen voor – hoe kan het anders – een club sandwich. Maar wel met truffelmayonaise.

Deze spotprent, vandaag in de Volkskrant, zegt eigenlijk alles. Tijd voor een nieuwe politiek, voor een nieuwe bestuurscultuur, voor nieuw elan? Dit is schaamteloos oude wijn in even oude zakken schenken.

Ruim een jaar geleden stapte ik over van de Eindhovense redactie naar de Helmondse redactie van het ED. Sindsdien schrijf ik niet meer over de Eindhovense politiek maar over het wel en wee in de (zeer levendige) gemeente Gemert-Bakel.
Omdat die overstap midden in de coronatijd plaatsvond, heb ik het afgelopen jaar voornamelijk thuis gewerkt en noodgedwongen vanuit mijn werkkamer in Dierdonk via mijn laptop met de buitenwereld gecommuniceerd.
Gelukkig kunnen we sinds afgelopen maandag ook weer vanaf de redactie werken. Daarom kan ik sinds deze week eindelijk elke dag naar mijn nieuwe werkplek in de Cacaofabriek fietsen. Met de nadruk op eindelijk. En op fietsen.

Vandaag in de krant, een analyse van de gang van zaken rondom het Bakelse jongerencentrum de Fuse. Online lezen kan ook: dat kan hier.
Veel geschreven de laatste weken over de Fuse in Bakel. Het voortbestaan van het jongerencentrum is in gevaar omdat de gemeente Gemert-Bakel het pand heeft verkocht.
Maar daar zijn ze het in Bakel niet mee eens. Ze willen wel inschikken maar ook blijven zitten in het pand waar ze al decennia zitten. Zoals de politiek aanvankelijk ook toegezegd had dat dit zou kunnen.


Er zijn van die nummers waar onlosmakelijk een verhaal aan verbonden is. Jungle Love van de groep The Time uit de stal van Prince is voor mij zo’n nummer. Of beter gezegd: de achterkant van die single, Tricky. Een loeivet funknummer dat het heel lang goed deed op de dansvloer.
Dat zit zo. Voordat ik bij de krant aan de slag ging, heb ik – medio jaren tachtig – ook een tijd muziek verkocht, in een platenzaak. De muziek van Prince en ook van The Time liep als een trein. Jungle Love draaiden we ook vaak, in die winkel.
Totdat een klant ons er op wees dat de achterkant eigenlijk nog veel leuker was. Tot onze verbazing klopte dat. ,,Ik draai ook altijd de achterkant van een single of een twelve inch”, zei diegene, Lady Aida, toen nog Aida Spaninks en dj bij Sands. ,,De meeste mensen doen dat niet. Maar daar staan wel vaak de leukste nummers op.”
Dat was een mooie les, eentje waar ik nog regelmatig aan terugdacht. Ook vandaag weer, toen ik haar overlijdensbericht las. Veel te jong, veel te vroeg.

Cartoon van de Hein de Kort in de Nieuwe Revue van deze week. Lijkt me reuze gezellig, in z’n clubje mannen staan.

Interessante tentoonstelling in London, de komende maanden: portretten die door Frans Hals zijn geschilderd. Inclusief een paar werken van deze Nederlandse schilder die normaal gesproken in New York hangen. Nog tot eind januari te zien.
Toch maar weer eens een weekendje boeken in de Engelse hoofdstad, ook al is alles daar door de Brexit (en corona waarschijnlijk) nog een stuk duurder geworden dan het al was. En dan moet er bovendien nog wel benzine te koop zijn in Engeland…
Een nummer voor wanneer de week nog maar niet op gang wil komen. Met dit ‘Hup Two Three Four van de Ramblin Ambassadors lukt dat waarschijnlijk vanzelf wat beter.
Voor de trouwe lezers van dit weblog: twee weken geleden gaf ik deze boodschap ook al. Maar toen uit de mond van de Sid Presley Experience – later bekend geworden onder de naam The Godfathers trouwens, maar dat is een ander verhaal. Dit is inderdaad een – zeer verdienstelijke – cover van dat aanstekelijke nummer.

Kamagurka weet in NRC van zaterdag de essentie van het resultaat van verkiezingen treffend samen te vatten. En niet alleen van de verkiezingen in Duitsland.

Peter de Wit, woensdag in de Volkskrant.

Zeer interessante analyse van de huidige stand van zaken in de Nederlandse politiek, vandaag op de website van NRC.
Hij brengt het mooi onder woorden, violist Nigel Kennedy. Tijdens een radio-optreden voor een klassieke zender mag hij geen nummer van Jimi Hendrix spelen. De zender geeft de voorkeur aan de Vier Jaargetijden van Vivaldi, lees ik bij The Guardian. En dat vindt hij muzikale segregatie.
Nu luister ik ook graag naar dat prachtstuk van Vivaldi. Maar met de nummers van Jimi Hendrix is toch ook helemaal niks mis. Zeker niet in klassieke uitvoering.

Prachtige foto dit. Gemaakt ergens aan het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw op het Amerikaanse platteland. Met daarop de hillbillygroep de Maddox Brothers & Rose. Ik kwam em tegen op de Facebook-pagina van muzikant Deke Dickerson. Hij plaatste daar onder meer deze foto naar aanleiding van het overlijden een paar dagen geleden van Don Maddox, op 90-jarige leeftijd.
Wie Rose, is op de foto spreekt voor zich. Wie Don is niet. Hij is een van de vier broers die naast hun zus staan.
En niet alleen de foto is prachtig, dat is ook hun muziek. Van het liedje hieronder – de Eight Thirty Blues – krijg ik nog steeds kippenvel. Vooral vanwege de zang van Rose, in combinatie met de tweede stem.

Kamagurka, maandagmiddag in NRC.
Voor als de maandag wat langzaam op gang komt: Hup Two Three Four!

Vraag me niet waarom, maar tijdens een lunch vrijdag met twee dierbare vrienden kwam het gesprek plotseling op Simon Carmiggelt. Hij las vroeger een tijd lang zijn stukjes in de krant – Kronkels genaamd – voor op televisie. Dat was nog in de tijd van de zwartwit-tv en frontaal in beeld komende volle asbakken en dampende sigaretten.
Af en toe, als ik in Volkskrant een column van Sylvia Witteman lees, denk ik nog wel eens aan hem. Maar verder is hij weggezonken in een poel van vergetelheid.
Die Kronkels werden voorafgegaan door een inleidend muziekje. Dat muziekje was ik ook helemaal vergeten. Maar door de discussie over Carmiggelt liep het zo weer mijn gedachten binnen. In A Sentimental Mood, is het, van Duke Ellington. Heerlijk lyrisch en – inderdaad – zwaar sentimenteel. Maar dat was het lunchgesprek ook.

Interessant stukje mini-muziekgeschiedenis. Het laatste optreden van de Sex Pistols in Engeland was eind ’77, op Eerste Kerstdag, in Huddersfield. Dat was kort nadat ze in de Effenaar in Eindhoven hadden opgetreden en net voordat ze op tournee gingen door de VS, waarna de band uit elkaar viel.
Wat er op die dag in Huddersfield gebeurde, is minutieus opgetekend op deze plek. Meest opvallende detail: de Pistols dansten er tijdens de disco op muziek van Boney M en Baccara.
Foto’s van dat optreden zijn (voor het eerst, kennelijk) te zien tijdens een expositie dezer dagen in het Somerset House in London. Ze zijn gemaakt door fotograaf Kevin Cummins, die veel voor NME werkte. Hieronder wat meer over zijn ervaringen op die Eerste Kerstdag in 1977, uit een verhaal dat ik tegenkwam in The Guardian.


Ik ben het niet eens met deze constatering van NRC-recensent Coen van Zwol, vandaag in zijn krant. Zouden er werkelijk geen mannen zijn die af en toe pronken met hun pas verworven bierbuikje? Ik geloof er niks van. Al was het maar omdat ik er minstens twee ken die dat – te pas en te onpas – juist wel doen.