Nogmaals de grafzerken

Nog maar even voortborduren op de grafzerken van gisteren, op de foto gezet in Heythuysen op de begraafplaats van de Zusters Franciscanessen.

Ik heb geprobeerd het repetatieve karakter van die rijen met grafzerken – 350 stuks, van graniet en uit India – in beeld te krijgen. Dat is nog een hele klus, zeker als je rekening probeert te houden met de privacy van de zusters en niet zo maar wat op het gras en tussen de zerken door wilt lopen.

Met deze foto is het niettemin aardig gelukt. Al hoorde ik vandaag toevallig dat de begraafplaats privéterrein is en dat het niet de bedoeling is dat iedereen er maar wat rondloopt en er foto’s maakt.

Grafzerken in Heythuysen

Voor het werk was ik vandaag in Heythuysen, een Limburgs dorpje net iets ten oosten van Weert. Ik was daar omdat het Helmondse natuursteenbedrijf Stassar op de begraafplaats van het zustersklooster in Heythuysen 350 graven van nieuwe grafzerken aan het voorzien is. Meer daarover binnenkort uiteraard in het ED.

Wat me trof op de begraafplaats – afgezien van het serene karakter – was dat er 350 vrouwen begraven liggen die hun ziel en zaligheid gegeven hebben aan de kerk en aan God, vrouwen die afgezien hebben van aardse geneugten en heel hun leven in dienst hebben gesteld van hun geloof.

Nobel, daar niet van, en een keuze die iedereen zelf moet maken. Maar zelf kan ik me daar weinig bij voorstellen. Al die aardse genoegens ook.

Stilleven in Toscane

Het meest verkochte gebruiksvoorwerp ter wereld, heb ik ooit ergens gelezen, is een witte plastic tuinstoel. En ik maar denken dat LCD-tv’s, Samsung Galaxy’s, de i-Pod en de Tom-Tom het populairst waren. Ja, in het Rijke Westen. Maar niet in Afrika, Zuid-Amerika en in the Pacific.

Deze tuinstoel heb ik een paar jaar geleden op de foto gezet. In Toscane, in een dorpje ergens halverwege Lucca en Pisa. Op een hele stille berg, met een prachtig uitzicht over het ene na het andere dal.

De stoel zal eigenlijk heel erg belabberd. Maar in zo’n omgeving en met zo’n uitzicht viel het uiteindelijk nog wel mee, gelukkig.

Een verdwaald kind

Technisch gezien is deze foto een rommeltje. Hij is grotendeels onscherp, het groepje mensen links vervuild het beeld en van het standbeeld op de foto zie je alleen maar de sokkel en het paard.

Toch vind ik het een geslaagde foto. Maar dat komt omdat ik er van alles op zie staan dat er niet staat.

Dat kind in het roze regenjasje, ik denk dat het een meisje is, staat er zo verdwaald, verwaaid en wezenloos bij dat ik me levendig kan voorstellen wat er door haar gedachten gaat: Wat een rotpaleis in een rotstad in een rotland tijdens een rotvakantie met alleen maar rotweer.

Waarschijnlijk was ze alleen maar haar ouders een oogwenk uit het zicht verloren, en dacht ze alleen maar wanneer ze nu eindelijk eens naar de beloofde Mac gingen. Maar zelfs dat is alleen maar inbeelding.

Leuk hè, naar foto’s kijken? En de stad, dat is Praag.

Mooie flat in Boedapest

Natuurlijk zijn we hier in Nederland verwend qua wonen: ons land staat vol met keurige, nette woonwijken. Soms ruim opgezet en groen, meestal wat dichter op elkaar en met wat meer beton en/of asfalt.

Tuurlijk zijn er uitzonderingen: totaal vervallen arbeiderswijken in de grote steden, de slecht opgezette bloemkoolwijken die eind jaren zeventig zijn gebouwd of van die vreselijke prefabbouw-betonflats zoals de Bijlmer.

Maar in vergelijking met heel veel buitenland mogen we echt niet klagen. Neem nu deze flat: een typisch Marxistisch-Leninistisch, fantasieloos product. Waarbij het belangrijkste oogmerk is dat niemand zich van zijn buurman mag onderscheiden. Of het moet om de hoeveelheid rommel op het balkon gaan.

O ja: deze flat staat in het centrum van Boedapest. Maar het had ook Dresden, Praag of Bratislava kunnen zijn.

Met de muziek mee

Deze foto heb ik al eens eerder op dit weblog gepost, maar dan in kleinere vorm. Op dit formaat komt-ie beter tot zijn recht, vind ik. Want nu zie je wat duidelijker wat er zich op afspeelt.

Op de voorgrond staat een wat oudere man te luisteren naar de muziek die het onscherpe orkest op de achtergrond aan het maken is.

Wat je niet ziet is dat die man in de maat van de muziek vrolijk heen en weer stond te schudden met zijn hoofd.

En dat is maar goed ook, want anders stond ook dat hoofd onscherp op de foto, die is gemaakt bij het stadhuis van de Belgische stad Ieper.

Luxemburgse heuvels

Deze foto maakte ik in mei dit jaar vanuit een hotelkamer. Dat hotel stond in Fisbach in Luxemburg, Hotel Reiff om precies te zijn. We logeerden daar toen we in de meivakantie aan het wandelen waren op het GR5, op weg naar Nice.

En het uitzicht vanuit Hotel Reiff is fantastisch, zoals u ziet. Je kijkt uit over de vallei van de Our en vervolgens op de Duitse Ardennen, gemakshalve maar de Eiffel genoemd.

Ik kan er uren naar kijken, naar zo’n uitzicht. In het echt. En achteraf, gevat in een paar miljoen nullen en enen.

In de Heistraat

“Zie je iets raars aan deze foto?,” vroeg ik aan mijn 17-jarige zoon. “Nee hoor,” was het resolute antwoord.

Kennelijk is het normaal dat er in een straat als deze een gemakkelijke stoel klaar staat.

Klaar om te kijken naar het stratenmakerswerk dat in deze straat al maanden aan de gang is en waardoor we telkens weer moeten omrijden als we vanuit Dierdonk naar het centrum van de stad willen (Een keer in de week, met de fiets, meestal op zondagavond of zaterdagmiddag).

Nogmaals de Zwaan

Onlangs plaatste ik hier al een foto van een paar zwanen in het Hongaarse Balatonmeer, twee zwanen die zich sierlijk op de juiste plek voor mijn lens opgesteld hadden.

Van die twee zwanen heb ik flink werk gemaakt, merkte ik toen ik na onze vakantie mijn foto’s bekeek. In een poging die dieren – beesten klinkt enigszins misplaatst bij deze statige watervogels – zo goed mogelijk vast te leggen, heb ook heel veel mislukte foto’s gemaakt.

Deze foto springt er in mijn ogen uit omdat de close-up zich concentreert op de zwaan die met zijn snavel z’n vacht schoon zit te pikken, en omdat de veren zo mooi gedetailleerd in beeld komen.

Vergane glorie

Is dat niet een plek vol vergane glorie, vroeg iemand toen ik vertelde dat ik naar het Balatonmeer in Hongarije ben geweest, afgelopen zomer.

Nou, dat viel reuze mee, was het antwoord. Over het algemeen is het daar best goed onderhouden. En behalve dat je er nogal wat sporen van het communistische tijdperk ziet, is er ook veel dat herinnert aan roemrijke Oostenrijk-Hongaarse tijden.

Want uiteraard ben ik er als de kippen bij als ik ergens vergane glorie op beeld kan vastleggen. Een van de weinige plekken waar ik dat afbladderend verleden aantrof was hier, in Keszthely. Maar zelfs daar zag het verval er mooi uit.

Dood en geboorte en dood en geboorte en

Interessant kunstwerk, toevallig aangetroffen in een bijgebouw van de Abdij van Melk in Oostenrijk. Twee spiegels tegenover elkaar, met op de ene de tekst ‘geburt’ en op de andere ‘tod’. Om aan te geven dat, enfin dat snapt u zelf wel.

Maar hoe dat in beeld te brengen? Zoals hierboven, met mezelf erop? Of alleen de camera voor de spiegel houden? Is ook geen gezicht.

Daarom heb ik maar voor de weg van de minste weerstand gekozen. Komt m’n Ramones-shirtje (Johnny, Joey, Tommy & DeeDee) tenminste ook weer eens in beeld.

Wilde zwanen

Niets zo moeilijk als vogels fotograferen, hoorde ik laatst een collega-amateurfotograaf zeggen. Ze zijn schuw, razendsnel, vaak piepklein en je hebt er daarom heel wat geduld en goede apparatuur voor nodig om ze op een aardige wijze vast te leggen.

Nee, dan een paar zwanen. Groot, traag en bijna majestueus. Piece of cake, dus. Nou, niet dus. Het kost ook heel wat tijd voordat deze vogels zich zo voor je lens gesposteerd hebben dat ze een aardige compositie vormen, merkte ik onlangs.

Weten die beesten ook veel.